Theorie
Conflicten zijn er niet plotseling. Ze verlopen ook niet willekeurig. Gebleken is dat een conflict vaak verloopt volgens een bepaald patroon. De escalatieladder, ook wel de conflicttrap genoemd, laat zien hoe een conflict zich kan ontwikkelen. Elk stapje verder op de ladder heeft gevolgen voor het gedrag van mensen, voor hun houding en hun manier van denken.
De mediator is erop gericht om het probleem tijdens de mediation te de – escaleren: tot een situatie voor betrokkenen te komen, die lager op de ladder ligt.
Je komt niet zomaar op een andere trede van de ladder. Elke keer is er een drempel waar je overheen moet. Er is een trekker (‘trigger’) nodig waardoor dit gebeurt. Een ‘trigger’ kan zijn: een incident(je) dat plaatsvindt, een uit de hand gelopen telefoontje, een slecht gevallen briefje of mail, een verkeerde toonzetting of een niet nagekomen afspraak. Er valt een heel aantal triggers te bedenken.
Om lager op de ladder terecht te komen is ook een trigger nodig. Triggers kunnen dan zijn: laten blijken dat je begrip hebt voor de last die de ander ergens mee heeft, excuus aanbieden of waardering laten blijken voor wat de ander in het verleden heeft gedaan.
Drie fasen in de escalatie ladder
De eerste fase heeft betrekking op situaties waarin zich af en toe spanningen voordoen. Betrokkenen zijn gericht op het probleem en geloven in een oplossing. Maar de weg daarnaar toe wordt door de ander geblokkeerd. Op laag niveau komt men er meestal wel uit door met elkaar erover te praten en praktische afspraken te maken. Op een wat hoger niveau blijven de problemen bestaan omdat latente spanningen niet verdwijnen. Tegenstellingen worden uitvergroot, de prikkelbaarheid neemt toe. De ratio komt onder druk van de emotie te staan. Het doel om overeenstemming te bereiken wordt minder. Toch probeert men een win-win situatie te creëren.
In de tweede fase ontwikkelt het conflict zich tot een steeds hardnekkiger geschil. Het win-win idee is verdwenen. De mogelijkheid bestaat om te winnen, maar ook om te verliezen. Iedere partij zoekt actief naar kansen om regels naar eigen voordeel om te buigen. De interactie wordt steeds competitiever, de samenwerking verdwijnt. Het conflict zelf wordt een belangrijk punt. Mensen ontwikkelen starre, negatieve beelden over elkaar en overdrijven over wat er zal gebeuren. Karikaturen worden van elkaar gemaakt. Iedere partij probeert bondgenootschappen en coalities aan te gaan. Op een wat hoger niveau wil geen van de partijen iets toegeven. Het conflict is nu een zelfstandig bestaan gaan leiden en speelt de hoofdrol in het leven van alle betrokkenen.
De gedragingen zijn afhankelijk van het feit of sprake is van een warm of een koud conflict (zie temperatuur van conflicten).
In de derde fase zijn beide partijen voortdurend bezig elkaar beschadigingen aan te brengen via ruzies en beledigingen. Anderen willen zich graag invoegen en verergeren daarmee de zaak. Normen of standaarden die opgesteld zijn om excessen te matigen worden geschonden. Het conflict wordt dwangmatig voortgezet. Iedere partij steekt veel tijd in beschermende acties; preventieve maatregelen om foutieve stappen te voorkómen. Elke gedachte aan het bereiken van een positieve uitkomst van het conflict wordt verworpen. De wens van iedere partij om de andere partij te beschadigen is groter dan de zorg om zelf beschadigd te worden. Op het hoogste niveau is een verlies-verlies situatie bereikt waar geen ontkomen meer aan is.


